Antwoord 320 van minister Bourgeois

GEERT BOURGEOIS
VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING EN VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, TOERISME EN VLAAMSE RAND

ANTWOORD op vraag nr. 302 van 28 april 2010
van ELISABETH MEULEMAN

De crypte van Eine is in 1971 ontdekt naar aanleiding van de aanleg van de kanalen voor warmeluchtverwarming.
Bij de ontdekking heeft het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium aanbevelingen gegeven, waar tot nu toe weinig rekening mee gehouden is.
Tot op heden is inspectie RWO niet betrokken, Ruimte en Erfgoed hoopte op resultaten door regelmatig formeel en informeel overleg.

Er is nood aan een grondige studie die de dringende opties tot restauratie moet formuleren. Het aan-stellen van een onderzoeksbureau dient te gebeuren door de kerkfabriek van Eine die daarvoor een beroep kan doen op subsidies van de Vlaamse Overheid. Vooronderzoeken ten behoeve van een kwalitatieve restauratie worden voor 80 % betoelaagd, de resterende 20 % moet de bouwheer zelf bekostigen. De kerkfabriek beschikt hiervoor, voor zover mij bekend, niet over voldoende fondsen.

In 2003 is in opdracht van Ruimte en Erfgoed een beperkt onderzoek uitgevoerd door Walter Schudel, zelfstandig restaurateur, om na te gaan hoe de schilderingen in de huidige toestand (dus zonder grote breek- en andere werken) kunnen behouden worden.
Zijn rapport concludeert dat:

  1. de muurschilderingen een grote historische waarde hebben. Er zijn duidelijk zware vochtproblemen, zouten komen voor en er blijft gevaar voor groei van micro-organismen. De cohesie van de bepleistering en adhesie van de witsellaag stelt problemen.
  2. in de huidige omstandigheden worden volgende ingrepen voorgesteld: vochtigheid bewaren en conserverende behandeling namelijk reiniging, consolidatiewerken, fixaties van verflagen, fixaties van pleisterwerk, plaatsen van datalogger gedurende minstens 12 maanden, verwijderen van cement, afleiden van de condens op het plafond, plaatsen van een deur voor de noordelijke ingang van de crypte. Verder verzekeren van een hoge relatieve vochtigheid, lage temperatuur, donkere omgeving, drastisch beperken van bezoek (enkel specialisten) en zeer regelmatig controle en onderhoud door een specialist laten uitvoeren.
  3. er is voorgesteld om een uitgebreide studie te laten uitvoeren over het gebouw en bodem, alsook klimatologische studies met daaraan gekoppeld voorstellen voor saneringsscenario's.

Op basis van de beperkte studie van Walter Schudel moet de kerkfabriek over gaan tot de aanstelling van:

  1. een restaurateur muurschilderingen voor uitvoering van de ingrepen zoals voorgesteld in het rapport van 2003;
  2. een onderzoeksbureau voor onderzoek naar de bouwfysische toestand van het gebouw en de bodem, ook in de omgeving, en een uitvoerder voor klimatologische studies met daaraan gekoppeld voorstellen voor saneringsscenario's.

Ondertussen dient elk niet-professioneel bezoek aan de crypte vermeden te worden daar een constant klimaat voorlopig de beste bewaring is.
Aangezien door overleg geen vooruitgang in het dossier wordt bekomen zal Ruimte en Erfgoed beide aanstellingen afdwingen via gerechtelijke weg. Het agentschap Inspectie RWO wordt bij de zaak betrokken.